Het Oostenrijkse onderwijssysteem

 

Een korte inleiding


Het Oostenrijkse onderwijssysteem

In Oostenrijk geldt voor kinderen die er permanent verblijven, ongeacht hun nationaliteit, een algemene leerplicht van negen jaar. Men kan kiezen tussen privéscholen en staatsscholen. Voor laatstgenoemde categorie moet er geen schoolgeld worden betaald. Het Oostenrijkse onderwijssysteem biedt een brede waaier aan mogelijke leertrajecten en komt zo tegemoet aan de uiteenlopende behoeften en interesses van de kinderen en hun ouders.

Basisonderwijs

Een kind wordt leerplichtig in het schooljaar volgend op de zesde verjaardag. Eerst gaat het vier jaar naar de basisschool (Volksschule) [ISCED 1] (of naar het buitengewoon onderwijs). Een kind kan vanaf vijf jaar naar de kleuterschool gaan, dit is evenwel niet verplicht. In het basisonderwijs krijgen alle leerlingen dezelfde basisvorming. Het biedt een veelomvattende en evenwichtige algemene vorming, die tegelijkertijd de sociale, emotionele, intellectuele en motorische vaardigheden en talenten van de leerlingen helpt te ontwikkelen. Scholen voor buitengewoon onderwijs (Sonderschulen) bieden ondersteuning en onderwijs aan kinderen met een mentale of lichamelijke handicap, die niet naar een gewone basisschool of het lager secundair onderwijs kunnen gaan. Kinderen worden er voorbereid op hun integratie in de arbeidswereld.

Secundair onderwijs

Na het basisonderwijs kunnen de leerlingen kiezen tussen twee types scholen, die allebei 4 jaar duren: het lager secundair onderwijs (Hauptschule) of de onderbouw van een algemeen vormende wetenschappelijke secundaire school (allgemeinbildende höhere Schule - AHS) [ISCED 2]. De scholen van het lager secundair onderwijs bieden de leerlingen een basisvorming en brengen de nodige kennis aan voor de overgang naar het hoger secundair onderwijs. De onderbouw van het algemeen vormend wetenschappelijk secundair onderwijs (allgemeinbildende höhere Schule) biedt een bredere algemene vorming. Na het afronden van een van beide onderwijsvormen kunnen de leerlingen kiezen uit verschillende opleidingsmogelijkheden. Ze kunnen opteren voor een beroepsgerichte of een algemeen vormende (AHS) opleiding. Een beroepsgerichte opleiding kan worden gevolgd via een tweeledig opleidingssysteem (leertijd + deeltijds onderwijs), in het beroepsgerichte secundair onderwijs (BMS) of in het hoger secundair beroepsonderwijs (BHS).

Als leerlingen na het lager secundair onderwijs of de onderbouw van het algemeen vormend secundair onderwijs (AHS) kiezen voor het tweeledige opleidingsssysteem (leertijd) , moeten ze tijdens het negende schooljaar van het leerplichtonderwijs voor het begin van hun leertijd naar een polytechnische school [ISCED 3C] gaan. De opleiding aan een dergelijke school duurt een jaar en de leerlingen worden er voorbereid op de overgang naar de leertijd. Ongeveer een vijfde van alle leerlingen beëindigt het negende schooljaar aan een polytechnische school. De leerlingen van een polytechnische school worden grondig voorbereid op hun opleidingskeuze, die tegelijkertijd een beroepskeuze is. Ze krijgen veel vakken aangeboden, gaan op bedrijfsbezoek en proeven de eerste keer van de praktijk tijdens workshops. De beroepsopleiding via de leertijd, waarmee leerlingen na de afronding van de negenjarige leerplicht kunnen beginnen, gaat door in de onderneming waar de leerling de leertijd doormaakt en voor een deel in de beroepsschool [ISCED 3B]. De beroepsschool heeft als taak de algemene vorming van de leerling te verzekeren en de beroepsspecifieke kennis te vervolledigen.

49,1 % van alle jongeren volgen hun leertijd in de nijverheids- en de handwerksector, gevolgd door de sectoren handel (15,2 %), industrie (13 %) en toerisme en vrije tijd (11,5 %). In deze vier branches alleen worden 88,8 % van alle leerlingen opgeleid. Andere opleidingsdomeinen binnen de leertijd zijn coaching, transport en verkeer, en financiën, krediet en verzekeringen.

In totaal waren er in 2005 38.470 bedrijven waar er jongeren in de leer waren. 38.552 jongeren, 42,6 % van de totale leeftijdsgroep, begonnen aan een leertijd. In 2005 waren er 122.378 jongeren bezig met een leertijd, wat een stijging betekende van 2,8 % tegenover 2004 (bron: Kamer van Koophandel Oostenrijk, 2005).

Tijdens de voorbije jaren werden er meer dan 100 types leertijd toegevoegd of gemoderniseerd. Vooral voor informatica- en communicatietechnologieën zoals systeemtechniek, informatica, IT-elektronica en voor de media (specialisatie mediadesign of -techniek) werden nieuwe mogelijkheden gecreëerd.

In Oostenrijk zijn er momenteel 283 beroepen waarvoor leerlingen een leertijd kunnen doormaken. Enkele van deze beroepen kunnen worden gecombineerd in zogenaamde „dubbele“ leertijden. Hierbij kunnen leerlingen bepaalde beroepen tijdens hun leertijd combineren, bijvoorbeeld kok en restaurantspecialist. In totaal kunnen leerlingen voor hun leertijd kiezen uit 361 mogelijkheden.

In 1997 werd de zogenaamde Berufsreifeprüfung ingevoerd voor afgestudeerden van de leertijd, van het beroepsgericht secundair onderwijs, van gezondheids- en verpleegscholen, van medisch-technische opleidingen die minstens 30 maanden duren, en van scholen voor land- en bosbouw. Als leerlingen de Berufsreifeprüfung succesvol afleggen, krijgen ze onbeperkte toegang tot Oostenrijkse universiteiten, scholen voor hoger beroepsonderwijs, volwassenenonderwijs (Kollegs) en academies.

Na beëindiging van het lager secundair onderwijs of de onderbouw van het algemeen vormend secundair onderwijs (AHS) kunnen leerlingen ook naar het beroepsgericht secundair onderwijs gaan (BMS) [ISCED 3B]. Een dergelijke opleiding begint na het achtste schooljaar en duurt tussen een jaar en vier jaar. Het hoger secundair beroepsonderwijs (BHS) [ISCED 3A/4A] begint eveneens na het achtste schooljaar en wordt na vijf jaar afgesloten met een eindexamen (Matura). Het secundair beroepsonderwijs biedt vele mogelijkheden: handelsscholen, scholen voor sociale beroepen, land- en bosbouwopleidingen, en een brede waaier aan scholen voor technische, economische en nijverheidsberoepen (bv. hogere onderwijsinstellingen voor techniek, voor economische beroepen, voor toerisme, voor mode en bekleding). Als een leerling succesvol een studie afrondt aan een van deze scholen, wordt hij als competent beschouwd om het gestudeerde beroep uit te oefenen.

De scholen die instaan voor algemene vorming, moeten de leerlingen in de eerste plaats voorbereiden op een studie aan de universiteit. De bovenbouw van het algemeen vormend wetenschappelijk secundair onderwijs (AHS) [ISCED 3A] biedt aan de leerlingen een keuzepalet. In het Gymnasium ligt de klemtoon op vreemde talen; in het Realgymnasium wordt er veel aandacht besteed aan wiskunde, wetenschappen en/of techniek; in het Wirtschaftskundliches Realgymnasium staat economie centraal. In het kader van de schoolautonomie en van pilootprojecten kunnen scholen hun leerplannen aanpassen om zo hun eigen klemtonen te leggen. Om een brede en uitgebreide algemene vorming te garanderen bestaat er een kernleerplan, dat voor alle scholen geldt. Naast deze verplichte leerstof bieden de verschillende types scholen al naar gelang hun kernvakgebied nog verdere specialisatiemogelijkheden aan. De klemtoon in de opleidingen ligt op klassieke talen, wiskunde en wetenschappen, economie, muziek of beeldende kunst. Leerlingen kunnen een studiekeuze maken die overeenkomt met hun latere carrièrewensen. De opleiding in de bovenbouw van het AHS duurt vier jaar en wordt afgesloten met een eindexamen (Matura).

Tertiair onderwijs

Als leerlingen succesvol hun eindexamen afleggen aan een AHS of BHS, of slagen voor de Berufsreifeprüfung, krijgen ze toegang tot de academies [ISCED 5B], het volwassenenonderwijs (Kollegs) [ISCED 5B], scholen voor hoger beroepsonderwijs [ISCED 5A] en universiteiten [ISCED 5A]. Sinds de herfst van 2001 zijn de scholen voor hoger beroepsonderwijs en de universiteiten niet langer gratis. De nieuwe studiereglementering bepaalt dat de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs en aan universiteiten bestaan uit een driejarige bachelor en een één- of tweejarige master. In het hoger beroepsonderwijs zijn ook studies mogelijk die worden afgerond met een diploma (Dipl.FH). Afgestudeerden die een master of Diploma behaalden, kunnen zich aan een universiteit inschrijven voor doctoraatsstudies [ISCED 6].

Volwassenenonderwijs

Permanente vorming en bijscholing zijn niet bij wet geregeld, maar worden vooral door belangenverenigingen van de sociale partners en hun instellingen aangeboden en door privé-aanbod vervolledigd. Volwassenen hebben de mogelijkheid extra kwalificaties te behalen aan Kollegs (beroepsgericht), scholen voor mensen die beroepsactief zijn, Meisterschulen en Werkmeisterschulen (industriële meesterscholen), Fachakademien (gespecialiseerde opleidingen) en universiteiten. Bij levenslang leren staat in het volwassenenonderwijs zelfstudie centraal. De cursussen en bijscholingen worden ook steeds meer gegeven via innovatieve technologieën zoals e-learning.

Het classificatiesysteem ISCED in een notendop

De structuren van onderwijssystemen verschillen van land tot land en kunnen daarom vaak moeilijk vergeleken worden met elkaar. De International Standard Classification of Education (ISCED) werd begin jaren 70 van de 20e eeuw door de UNESCO ontworpen als hulpinstrument voor de samenstelling, opmaak en presentatie van onderwijsstatistieken zowel op nationaal als internationaal vlak, vooral voor statistische gegevensverzameling van de OESO. De ISCED-classificatie leidt bij onderwijsonderzoekers en onderwijsbeleidsmakers tot een beter begrip van OESO-informatie en -beoordelingen. De gedetailleerde ISCED-niveaus, van de kleuterklas tot de universiteit, helpen mensen in andere landen begrijpen tot welk onderwijsniveau een bepaalde leerweg leidt. Dit kan bijvoorbeeld nuttig zijn voor het behalen van credits, voor de erkenning van onderwijsprogramma’s en bij de selectie van een partnerschool (afronding van een leerweg van niveau ISCED 4A geeft afgestudeerden het recht te studeren op universitair niveau). Een overzicht en een gedetailleerde beschrijving van alle ISCED-niveaus kunt u raadplegen in het volgende OESO-document: OECD (Eds.) (1999). Classifying Educational Programmes. Manual for ISCED-97 Implementation in OECD Countries.

Bronnen statistische gegevens:

Cijfers 1), 2), 3), 4): Statistik Austria
Cijfers 5), 6), 7), 8): Ibw / Wirtschaftskammer Österreich
Cijfers 9), 10), 11), 16): Arbeitsmarktservice Österreich
Cijfers 12), 13), 14), 15): Bundesministerium für Bildung, Wissenschaft und Kultur

Oppervlakte:

83.871 km²
Aantal inwoners, aantal inwoners per km², (2004): 8.174.733 / 97
Stadsbevolking, in % (2005): 67
Toename bevolking, in % in vergelijking met het vorige jaar (2005): 0,11
BBP in miljarden euro (2005): 245,7
BBP per persoon in euro (2005): 28.000
BBP-groei, in % in vergelijking met het vorige jaar (2005): 1,9
Inflatie, in % (2005): 2,2
Werkloosheid in %: 7,3 (2005, AMS)
5,2 (2005, EU-ILO)
Jeugdwerkloosheid 15-25 jaar, in % (2005): 8,6
Jeugdwerkloosheid 15-25 jaar, aandeel in het totale werkloosheidscijfer, in % (2005): 17,1
Jongeren met een diploma secundair onderwijs,
in % (2005):
85,3
Drop-out: vroegtijdige schoolverlaters, in % (2005): 8,7
Aandeel onderwijsuitgaven in BBP, in % (2006): 2,29
Aandeel onderzoeksuitgaven in BBP, in % (2006): 2,35
Werkloosheidscijfers volgens hoogst behaald diploma, in % (2002):
Þ- leerplichtonderwijs, met of zonder eindexamen: 14,6
Þ- met leertijd: 6,2
Þ- kwalificatie op secundair niveau:
  • algemeen vormend wetenschappelijk secundair onderwijs (AHS):
3,7
  • beroepsgericht secundair onderwijs (BMS):
3,2
  • hoger secundair beroepsonderwijs (BHS):
3,3
Þ- diploma van tertiair onderwijs: 2,3

 

TOP